22 September 2018
Home > Nieuws > Horeca > FSIN viert 15-jarig bestaan

Beste bezoeker,

Wij zien dat u een adblocker gebruikt waardoor u alleen advertenties ziet die door uw adblocker worden goedgekeurd.

FSIN viert 15-jarig bestaan

EDE - Om een succesvolle speler te kunnen zijn in de out-of-homemarkt is het belangrijk om zo efficiënt mogelijk te werken, je inkoop scherp in de gaten te houden en ondertussen kwaliteit, gemak en beleving te bieden aan de consument.

Jarenlang was McDonald’s de enige formule die de efficiencywetten van de retail succesvol toepaste in de horeca. Inmiddels hebben diverse spelers dit voorbeeld gevolgd, tot de biologische SLA-formule aan toe. Zo luidt de stellige overtuiging van Jan-Willem Grievink, directeur van het FoodService Instituut Nederland. Naar aanleiding van het 15-jarig bestaan van FSIN duikt Out.of.Home Shops met Grievink niet alleen in de ontstaansgeschiedenis van het kennisinstituut, maar vragen we hem ook naar trends en ontwikkelingen in de out-of-homemarkt.

FSIN heeft zich in vijftien jaar tijd ontpopt tot een gerenommeerd kennisinstituut en tot een aanspreekpunt voor overheid, media en opiniemakers. Waarin schuilt volgens u de meerwaarde van het instituut?
“Als kennisinstituut analyseren en duiden we de toekomst van de totale foodmarkt op basis van cijfers en gegevens uit alle denkbare subkanalen, zowel in de out-of-home als de at-homemarkt. Hiervoor werken we nauw samen met onze inmiddels 185 aangesloten leden en met onderzoeksbureaus, universiteiten en experts in binnen- en buitenland. Voor het duiden van de toekomst maken we gebruik van valideerbare, wetenschappelijke modellen en in dat opzicht zijn we dan ook veel meer dan een foodtrendwatcher. We zoomen niet alleen in op alle foodkanalen, maar brengen ook het shoppergedrag van consumenten in kaart. Hierbij richten we ons ook op de maatschappelijke krachten die dit gedrag kunnen beïnvloeden. Tot op de dag van vandaag mislukt 80 tot 85 procent van de nieuwe foodproducten voor de retail- en out-of-homemarkt, omdat producenten bij de ontwikkeling hiervan te weinig rekening houden met deze krachten.”

Kunt u voorbeelden noemen van maatschappelijke krachten, waarmee fabrikanten bij de ontwikkeling van nieuwe producten volgens u te weinig rekening houden?
“Allereerst heb ik het dan over demografische ontwikkelingen in de westerse samenleving, zoals de toenemende vergrijzing en de forse groei van het aantal eenpersoonshuishoudens. In meerpersoonshuishoudens doet zich bovendien steeds vaker het fenomeen voor dat gezinsleden zich vooral buitenshuis in hun foodconsumptie drie tot vier dagen in de week gedragen als een eenpersoonshuishouden. Een andere kracht is de toenemende tijdsdruk die consumenten ervaren in de huidige samenleving. Vooral bij hun foodconsumptie onderweg willen zij zoveel mogelijk de regie houden over hun eigen tijd. Een andere maatschappelijke factor is de directe relatie tussen een gezonde economische groei en een toenemend consumentenvertrouwen. Dit vertrouwen zorgt voor meer consumptie binnen retail en out-of-home. Uit dit totale maatschappelijke krachtenveld vloeit een onderliggende laag van consumententrends voort, zoals transparantie, gemak en beleving. Onder deze trendlaag bevinden zich weer enkele andere trends, zoals duurzaamheid, gezondheid en bijvoorbeeld de stijgende vraag naar E-nummervrije producten. Nieuwe foodproducten die niet zijn verankerd in de drie genoemde trendlagen, mislukken per definitie.”

Wat zijn de meest opvallende recente ontwikkelingen in retail en out-of-home?
“De afgelopen zeven jaar is er in de totale foodmarkt meer gebeurd dan in de veertig jaar daarvoor. Na de Tweede Wereldoorlog zijn supermarkten tientallen jaren de grote economische slokop geweest als het gaat om de Nederlandse foodconsumptie. Door consumenten het gemak van ‘alles onder één dak te bieden’ vanuit een efficiënte in- en verkoopmethodiek hebben zij het bestaansrecht van veel speciaalzaken ondergraven. In de basis is aan deze werkwijze niets veranderd, ondanks het feit dat supermarkten zich ook zijn gaan richten op de online verkoop van boodschappen. Supermarkten zijn met name de laatste jaren te veel mainstream geworden. Slechts een deel kan en moet zich ontwikkelen tot een belevingsplek en sociale ontmoetingsplaats, waaraan een groeiend aantal consumenten behoefte heeft. Ondertussen is de buitenshuisconsumptie de laatste jaren flink gegroeid. In de Verenigde Staten is deze inmiddels groter dan de thuisconsumptie. Alhoewel het aandeel buitenshuis in Nederland momenteel harder groeit dan de thuisconsumptie, zal het hier nog wel even duren voordat de verhouding 50-50 is. Wat dat betreft heeft de economische crisis van 2008 er flink ingehakt. In tijden van crisis gaan Nederlandse consumenten veel minder buiten de deur eten.”

Welke out-of-homesegmenten groeien het hardst?
“Sowieso groeit alles binnen de out-of-homemarkt wat met beleving en gemak te maken heeft. De grootste groeiers zijn de systeem- en gemakshoreca. Deze groei is onder meer te verklaren door het feit dat horecaformules zoals Vapiano en Happy Italy er niet alleen in slagen om consumenten op een kostenefficiënte manier smakelijke en betaalbare gerechten voor te schotelen, maar hierbij ook beleving bieden. Om een succesvolle speler te kunnen zijn in de out-of-homemarkt is het belangrijk om zo efficiënt mogelijk te werken, je inkoop scherp in de gaten te houden en ondertussen kwaliteit, gemak en beleving te bieden aan de consument. Een goed voorbeeld hiervan is de inmiddels 12 winkels tellende biologische saladeformule SLA. Deze formule heeft de efficiencywetten van de retail succesvol toegepast in de horeca.”

Hoe is in 2003 het idee voor het FoodService Instituut Nederland geboren?
“FSIN is ontstaan als ‘bijproduct’ van een onderzoek, dat Ernst & Young destijds in ongeveer 32 landen heeft uitgevoerd naar trends in het shoppergedrag van consumenten en naar de toekomst van de westerse foodsector. Tijdens dit onderzoek, waarbij ik met mijn foodachtergrond een ‘linking pin’ was, kwam naar voren dat er in Nederland geen totaaloverzicht was van het maagaandeel van consumenten in alle foodkanalen. Op dit gebied liepen we flink achter op andere westerse landen. Er waren wel cijfers bekend over afzonderlijke segmenten, zoals retail en klassieke horeca, maar er was nog geen enkele partij met een ‘helicopterview’ over de totale foodconsumptie. Vooral in de out-of-homeconsumptie was geen inzicht. Uiteindelijk heb ik samen met mijn collega Enrique Figee in Utrecht een 25-tal retailers en bedrijven uitgenodigd, waaronder Albert Heijn, McDonald’s, Unilever, Sligro en Deli XL (het tegenwoordige Bidfood, red.). Gezamenlijk zijn we toen tot de conclusie gekomen dat we een kennisinstituut in de vorm van een vereniging wilden opzetten. Een onafhankelijk kennisinstituut op niet-commerciële basis, dat het doel had om cijfers en trends in de totale foodservicemarkt vast te leggen en te duiden.”

Tijdens het jaarlijkse zomercongres op 27 juni in Bussum staat FSIN uitgebreid stil bij het 15-jarig bestaan. Waarom krijgt ook de Food500 dan speciale aandacht?
“We leggen hierop bewust de focus, omdat we de FSIN Food500 dit jaar voor de vijfde keer publiceren. Op basis van omzet rangschikken we sinds 2013 jaarlijks de 500 grootste formules binnen foodretail en foodservice, waar Nederlandse consumenten hun eten en drinken kopen. Van supermarkten en restaurants tot ziekenhuizen en bakkerijen. Hiermee vertegenwoordigt de Food500 ongeveer 80 procent van alle consumentenomzet aan eten en drinken. Mede ook omdat foodservice en foodretail elkaar steeds meer raken en overlappen, geeft de ranglijst een goed beeld van de echte foodtrends. Na afloop van het congres krijgt iedere deelnemer het FSIN Food500rapport mee naar huis.”

Bron: Out.of.Home Shops