Column: ‘En nu zitten we met de gebakken peren’

Anno 2020 staat onze maatschappij bol van polarisatie. Geholpen door (met name social) media zijn we de hele dag keuzes aan het maken; we zijn óf heel erg vóór, of heel erg tegen. Een beetje nuance is er niet meer bij. Als je nuance aanbrengt, en dus probeert uit de pro’s en contra’s de goede dingen te pakken om vervolgens tot een afgewogen standpunt te komen, hoor je er niet bij.

Zo ook in de kwestie ‘Boeren’. Hoe anders was dat vroeger. Als manneke mocht ik thuis meehelpen met het slachten van varkens. En dagelijks speelden we aan de ‘overkant’. Daar woonde een boerenfamilie en mochten we helpen met het voeren van de kalfjes en verspreiden van kuilvoer. Heerlijk, het was spelenderwijs leren zonder moeilijke vraagstukken waar je ‘ja’ of ‘nee’ op moest zeggen.

Mijn vader, die een groothandel in vlees had, zei een jaar of 35 geleden tegen me: “Het gaat helemaal de verkeerde kant op, het enige wat ze aan het doen zijn is de slachthaken vol hangen.” Daarmee doelde hij op het feit dat de Encebe (het huidige Vion) niet meer vraaggestuurd produceerde, maar zoveel mogelijk probeerde de productie te optimaliseren door heel veel varkens te slachten. En de boeren gingen ze, met het voer van de Cehave en gefinancierd door de Rabobank,  keurig aanleveren.

Destijds snapte ik de uitspraak van mijn vader niet goed, maar ik moest er onlangs toch weer aan denken. Toen de trekkers op het Malieveld stonden en we allemaal heel erg voor of heel erg tegen waren. Na al die jaren had ik het pas door. De productie van varkensvlees steeg als een malle en alles wat we zelf niet consumeerden ging in volle opleggers naar Frankrijk, Spanje, Italië, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

En nu zitten we met de gebakken peren. Ja, 15 procent van de boeren is miljonair, maar het gros heeft het financieel moeilijk. De administratieve rompslomp is door onkundige ministers van Landbouw decennialang vergroot. Geen visie, geen plan, dus knikkeren we de ellende maar bij de boer neer in de vorm van weer nieuwe regeltjes. De stikstof rijst de pan uit. De meeste boeren hebben geen opvolging. De consument is massaal aan het flexitariën en als je bijvoorbeeld de mooie innovaties zag op de laatste Horecava bestonden deze voor het grootste deel uit veganproducten.

Kortom, het moet anders en minder en het gaat ook anders en minder worden. Meer dan 500 boeren hebben aangegeven te willen stoppen. Voor de compensatie maakt Vadertje Staat honderden miljoenen vrij. Ik ken geen enkele sector die op deze manier gecompenseerd wordt. Dat staat toch in schril contrast met de vele, met name kleine retailers, winkeliers, die failliet gingen door de enorme opkomst van internetverkopen. Hier was geen eurocent voor, het hoorde immers bij het ondernemersrisico. Alsof onze boeren geen ondernemers zijn.

Daarnaast vind ik dat we weer meer terug moeten naar een binnenlandse vraaggestuurde, kleinschaligere productie, in plaats van voor heel Europa te produceren op een paar honderd vierkante kilometer die we Nederland noemen. Samen met ruim 17 miljoen mensen is dit geen handige combinatie, terwijl in bijvoorbeeld het reeds genoemde Spanje en Italië heel, heel veel ruimte is in hun binnenlanden om daar hun eigen productie te doen. Meer naar circulaire landbouw en naar biodiversiteit. Dat kan alleen maar met minder beesten en minder (grootschalige) boeren.

Dat betekent volgens mij voor de boeren in Nederland een gezondere markt, op allerlei fronten. Gezonder in de zin van natuur en milieu, gezonder in een meer rendabele business en geld  verdienen.

Maar ja, als je een mening hebt dat er iets moet veranderen, moet je continu verdedigen dat die plannen niet volmaakt zijn. Aan de conservatieven die 35 jaar lang niets veranderd hebben en ‘de slachthaken maar vol hebben gehangen’, worden maar weinig kritische vragen gesteld. Die roepen dan enkel dat je tegen de boeren bent. En dat ben ik niet. Als er iemand een boer is….

Rob van Herpen
eigenaar van CaminoR Advies B.V. en auteur van ‘Lekker zakendoen’