Column: Zure doekjes, schnitzels en maatregelen

Na veel te lang niet op inspiratietour te zijn geweest, durfde een netwerk van foodprofs het aan. De tour bleek van kwalitatief uitstekend niveau en aan alles was gedacht. Wat waren we uit! Met meer dan 100 foodkornuiten stapten we met een FP2-masker het vliegtuig in om van de redelijk assertieve stewardessen te horen dat ademhalen toch echt niet de bedoeling was. Even spookte het me door het hoofd dat het juist de stewardessen moeten zijn geweest, die zo’n beetje de helft van onze olympische ploeg op weg naar Tokyo moeten hebben uitgeschakeld.Opzienbarende concepten kwamen in deze twee dagen voorbij. Foodwarenhuizen om je vingers bij af te likken, efficiënte fastserviceconcepten en high-endhotels en restaurants werden bezocht door ons groepje, dat men met een merkwaardig gevoel voor humor “de curryworsten” had genoemd. Dat stond dan op je naambadge met een lettertype waarvan iedere passant van een meter of vijf afstand je toch wat apathisch stond aan te gapen. Juist terwijl we bij een dure koffiebar neerstreken, kreeg een oude dame aan het tafeltje naast ons de rekening voor haar cappuccino en schrok zich duidelijk wezenloos. De ober kwam even dichterbij om een kleine toelichting te geven; het had geen baat, het arme mens zit waarschijnlijk nu nog bij het RIAGG.

Na weer een paar prachtige restaurants te hebben gezien, landden we bij een Stube voor een glaasje. Een zeldzaam tengere ober, die volgens mijn buurman een salto in een regenpijp zou kunnen maken, maakte ons tafeltje even schoon. Hij pakte daartoe een doekje dat al sinds het begin van de coronapandemie niet is uitgespoeld. Laat staan gewassen. Ondanks dat het doekje de bacillen van op zijn minst tientallen bezoekers zou moeten bevatten, glom het tafeltje en smaakte het gerstenat. Met meer honger dan Sonja Bakker vervolgden we onze weg richting een Brauhaus. Een redelijk kolossaal Brauhaus met een akoestiek alwaar de Sint Pieter in Rome jaloers op zou zijn. Na drie minuten in deze echoput werd besloten dat we allemaal net doen of we elkaar verstaan en knikten een beetje naar de buurman als deze met grote gebaren een onbeduidend verhaal uitkraamde. Iedereen schoof steeds wat dichter naar elkaar om een poging te wagen om een bronstige foodinkoper te verstaan. Tijdens zijn verhaal nam hij er nog een glaasje pils bij en begon daardoor wat weg te hebben van een op hol geslagen Gardena tuinsproeier.

Uiteindelijk werd de schnitzel geserveerd; helemaal volgens de trend ‘local food’. Een licht corpulente kok zonder nek stond de schnitzels als een bezetene te garneren met koude, half gebakken frites en vergat de citroentjes. Normaal gesproken geeft dat natuurlijk geen problemen, ware het niet dat deze citroentjes weleens het hoogtepunt van het diner zouden zijn geweest. Een stuk of 100 local bereide schnitzels, zuurder dan de genoemde citroen, verdwenen linea recta in de local afvalbak. Waarna we met z’n allen uit de shared-dining kaiserschmarrn dessertschalen gingen eten. Wat een gezelligheid.

Maar zo gezellig als wij het hadden is het bij een groot deel van onze horeca en festivalorganiserende collega’s nog niet. Terwijl iedereen elkaar alweer in het gezicht spettert tijdens het gesprek, we massaal shared dineren, in vliegtuigen zitten met de mondkap op het voorhoofd of aan met zure doekjes schoongemaakte tafels plaatsnemen, mogen festivals, concerten en dansen nog steeds niet. De horeca wordt bovendien misschien als vaccinatiedwangmiddel ingezet. Het valt door weldenkenden niet te betwisten dat dit alle proporties te buiten gaat, gezien het feit dat iedereen van boven de 25 inmiddels is gevaccineerd, de jeugd onder de 25 nauwelijks ziek wordt en een beter vaccin niet in het verschiet ligt. Ik ben wel klaar met zure schnitzels, doekjes en maatregelen.

Ralph Markwat is directeur FHC Formulebeheer