PBL: ‘Daag consumenten uit om duurzamer te eten’

DEN HAAG – “Het is essentieel dat het eetpatroon van consumenten verduurzaamt. Maar zij kunnen die omslag niet alleen creëren.” Dat is de boodschap van het onlangs gepubliceerde ‘Voedselconsumptie Verbeteren’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het rapport geeft advies om consumenten te helpen hun eetgedrag te verbeteren.

Het PBL richt zich op beleidsanalyse van milieu, natuur en ruimte. De schrijvers van het rapport, Michiel de Krom, Marijke Vonk en Hanneke Muilwijk maken zich zorgen om de ecologische gevolgen van de voedingsindustrie. “Algemeen is voedselproductie verantwoordelijk voor 60 procent van de biodiversiteitsverlies, de helft van de stikstofemissie en een kwart van de broeikasgasemissies”, schrijven ze. Toch denken ze dat het snel mogelijk is om grote positieve stappen te maken.

De grote oplossing die zij noemen, is het stimuleren van een plantaardiger dieet. Dat helpt ook om de te grote hoeveelheid vleesconsumptie per Nederlander te verminderen. Volgens het Voedingscentrum komt 60 procent van de eiwitconsumptie uit dierlijke producten. De overige 40 procent komt uit graanproducten, peulvruchten, noten en paddenstoelen. “Maar het beste zou zijn om deze percentages om te draaien, dus 40 procent dierlijk tegenover 60 procent plantaardige eiwitten”, adviseert het Voedingscentrum.

Wilskracht
Er is geen onwil onder consumenten om beter op verduurzaming te letten. In een Europees vragenlijst-onderzoek gaf 97 procent van de ondervraagde Nederlanders aan dat zij het eens waren met de stelling dat zij kunnen bijdragen aan het beschermen van het milieu. “Maar de wil om te veranderen en wilskracht hebben om dat daadwerkelijk te doen zijn twee verschillende dingen”, stellen de schrijvers. In het rapport bieden ze daarom bouwstenen voor beleid, waarbij ook andere actoren binnen de voedingsmiddelenindustrie raad wordt geboden om consumenten te stimuleren.

Het devies van het rapport luidt om in te spelen op wat consumenten in voedselroutines doen en betekenisvol vinden. Een gemiddelde Nederlander let niet continu op duurzaamheid. Het belang van ‘een goede ouder zijn’, ‘een gezellige barbecue geven’, of ‘snel nog wat eten tussen werk en sporten’ is vaak veel groter. Eten is immers niet alleen een eerste levensbehoefte, maar vaak ook een sociale gelegenheid. Wanneer er op deze routines wordt ingespeeld, door middel van voorlichting en het aanbieden van duurzame producten op dit niveau, zal dit meer effect hebben.

Nudge
De schrijvers adviseren dat consumenten geholpen kunnen worden door in te spelen op routines waarbij er van veel dierlijke eiwitten wordt genoten, zoals barbecues en restaurantbezoeken. Daarnaast is er veel te behalen in routines die vaak worden uitgevoerd, zoals boodschappen doen. Zo kan een ondernemer consumenten nudgen. Het geven van deze duwtjes kan onbewuste keuzeprocessen van de kopers veranderen, zonder dat zij het zelf doorhebben. Door bijvoorbeeld plantaardige of duurzame producten op een zichtbare plek aan te bieden, is de kans groter dat een consument deze spontaan een keer uitprobeert.

Bovendien kan een ondernemer een consument nog verder helpen, wanneer niet alleen het product aangereikt wordt. Wanneer een persoon niet weet wat hij met de producten aanmoet, zal hij er alsnog weinig mee doen. Het is dus goed om consumenten te voorzien van recepten en bereidingswijzen om de producten lekker klaar te maken, adviseert het rapport. Wanneer deze een succes blijken, bestaat de kans dat de consument de producten in zijn routine opneemt.

Restaurants van Morgen
Ook de horeca kan bijdragen aan het beïnvloeden van vleesetende routines. Zo stellen de schrijvers dat een restaurantbezoek nog vaak gepaard gaat met veel eten, waarbij een groot stuk vlees centraal staat. Door de focus op andere gerechten te verleggen, kan dit veranderen. Dit bleek uit het experiment ‘Restaurants van Morgen’, waarbij 23 restaurants geholpen zijn met het verduurzamen van hun menuaanbod. Door deze gerechten door middel van storytelling aan de man te brengen, werd de betekenis rondom uit eten gaan verandert. Gasten bestelden dan ook vaker de uitgelichte recepten.

Het rapport benadrukt dat de consument het niet alleen zijn ecologische voetafdruk kan verkleinen. Ondanks dat we wil er is, heeft hij hulpmiddelen nodig die de gedragsveranderingen mogelijk maken. Zo besluit het rapport dat elke partij de consument kan uitdagen om duurzamer te eten: “Maak de keuze gemakkelijker, voor de hand liggender, of simpelweg normaler”.

Bron: Levensmiddelenkrant / Out.of.Home Shops