Beginnend herstel, maar nog veel onduidelijk over vakantie in eigen land

‘Toeristen trekken vooral naar landelijk gebied’

NIEUWVEEN - Met het wegblijven van buitenlandse toeristen loopt de leisuresector deze zomer veel inkomsten mis. Daar staat tegenover dat meer Nederlandse consumenten in eigen land blijven. Hoe kan de branche daarop inspelen en in hoeverre compenseert de groep binnenlandse vakantiegangers de weggevallen inkomsten? “We kunnen de schade van het voorseizoen niet goed maken.”

Wie op een doordeweekse dag in het hoogseizoen door een stad als Amsterdam loopt of over de Scheveningse boulevard, ziet ze overal: toeristen. Volgens cijfers van het CBS maakte toerisme in 2018 4,4 procent uit van het bruto binnenlands product (bbp). Dat aandeel groeit licht en bijna de helft van die inkomsten gaat naar Nederlandse horeca. Dat geld komt niet alleen van buitenlandse toeristen, sterker nog, het komt voor meer dan de helft van Nederlanders zelf. Uit het buitenland ontvangt Nederland ruim 20 miljoen gasten. Duitse, Belgische en Britse toeristen zijn goed voor zo’n 70 procent van het aantal persoonsbezoeken. Daarnaast boeken Nederlanders bijna 26 miljoen gastverblijven in eigen land, verdeeld over 2019.

Volgens ieder scenario dat het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC) voor het huidige seizoen heeft uitgewerkt, neemt het buitenlandse verblijfstoerisme met ongeveer de helft af. Ook het binnenlands toerisme loopt met ongeveer de helft terug, zelfs met de versoepelde maatregelen, zo heeft de organisatie begin juni al laten weten. Meer versoepeling betekent meer toerisme, maar ook volgens de specialisten die Out.of.Home Shops spreekt, zit een volledig herstel er dit seizoen niet in.

Thuisblijvers
ING heeft zelfs berekend dat de Nederlandse leisuresector in juli en augustus ruim 4 miljard euro misloopt door buitenlandse toeristen die wegblijven en Nederlanders die van hun buitenlandse vakantie afzien. Naar schatting staat daar een impuls van 700 miljoen euro aan toeristische bestedingen tegenover, omdat er in de zomer meer Nederlanders in eigen land op vakantie gaan en omdat de grotere groep thuisblijvers wel dagjes uit zal ondernemen. Ook als dat mee wordt genomen, blijft er onder de streep sprake van een verlies.

Toch zijn er lichtpuntjes. Het NBTC had het begin juni al over een herstel en een veranderende behoefte. Waar zakelijk toerisme is opgedroogd, worden vakantiegangers nu actief en zoeken landelijk gebied op. ‘Vakanties krijgen een andere invulling, op bepaalde bestemmingen. Natuurlijke en rustige omgevingen winnen aan populariteit’, aldus het NBTC in het rapport ‘Verblijfstoerisme in Nederland in 2020’.

Invloed op gedrag
“In leisure is nu al te zien dat corona invloed heeft op het gedrag van toeristen”, zegt ABN-Amro econoom Paul Metzemakers. “In rustige gebieden raken vakantieparken volgeboekt. De wadden en recreatie in landelijk gebied krijgen veel belangstelling. Het zijn vooral de steden die deze zomer veel inkomsten mislopen. Mensen gaan toch minder snel naar dichtbevolkt gebied.”

Manager Convenience en Buurt bij Boon Food Group Eric Brosius herkent dat beeld. Hij zag 13 maart de eerste vakantiesupers opengaan onder de vlag van Boon-formule De Vakantiesuper. De ondernemers konden hun vestiging bij camping en villapark De Paardekreek in Kortgene en Julianahoeve in Renesse na twee dagen alweer sluiten. Nu het park weer op 100 procent van zijn capaciteit kan draaien, merkt Brosius, zelf herstellend van het coronavirus, dat mensen voorzichtiger zijn. “Consumenten kopen meer voorverpakt en minder verse broodjes. Dat zie je bij onze gemaksformules. Ik vind het moeilijk voorspellen hoe dat zich deze zomer gaat ontwikkelen.” De nieuwe campingvestiging is sinds Hemelvaart weer open en draaide in week 26 alweer beter dan ooit. “Maar wat je in het voorseizoen kwijt bent geraakt, haal je niet meer in.”

Vorig jaar
Commercieel directeur bij Van Tol Versunie Michael van den Hurk heeft al langer ervaring met recreatieformule Recra, maar wat hij dit jaar meemaakte was ook voor hem nieuw. “De start had heel mooi kunnen zijn, want de omstandigheden waren gunstig”, blikt hij terug. Het weer was goed, de ondernemers hadden er zin in, maar toen kwam corona. Hoe het straks gaat is ook voor ons moeilijk te voorspellen. Er wordt veel geroepen dat we in Nederland op vakantie gaan, maar vorig jaar zaten de campings en vakantieparken ook al vol, dus echt heel veel beter dan een normale periode kunnen we het niet krijgen. We hopen in elk geval op een mooi seizoen.”

Dat de leisuresector het buitengewoon zwaar te verduren heeft gehad, ziet ook ING-leisure-econoom Thijs Geijer. “Uit onderzoek naar pintransacties zien we een duidelijke verschuiving. Bij supermarkten is meer afgerekend dan in bijvoorbeeld de horecasector, omdat meer mensen thuis hebben gezeten de afgelopen tijd.” Ook hij verwacht dit jaar geen volledig herstel. “Nu de horeca steeds meer open is, gaan mensen meer naar buiten en dat brengt mogelijkheden met zich mee. Nederlanders blijven in tegenstelling tot een normale zomer meer in eigen land. Ik denk wel dat ze minder willen, kunnen en gaan besteden dan wanneer ze in het buitenland op vakantie zijn. Daarnaast is het de vraag of consumenten op vakantie gaan in eigen land of thuisblijven. Zeker de groep die thuisblijft zal zorgen voor meer besteding in de eigen supermarkt en minder in out-of-home of in het buitenland, in vergelijking tot een gewone toeristische zomer.”

Geijer kijkt ook met belangstelling naar attractieparken. “Een pretpark heeft bijvoorbeeld nog steeds te maken met 1,5 metermaatregelen. Ik ben heel benieuwd hoe daar de capaciteit zo goed mogelijk kan worden benut. Dit deel van de sector zal publiek vooral in goede banen moeten leiden, terwijl attracties beperkt beschikbaar zijn. Dat het nu vlotter gaat dan verwacht met de vervroegde versoepeling helpt zeker, maar de resultaten van vorig jaar zullen over het hele seizoen niet worden gehaald. Het is maar net hoe je het bekijkt: de vervroegde versoepeling geeft meer verlichting dan anders, maar maakt niet alles beter.”

Recessie
Daar komt nog bij dat de effecten van de lockdown zich nog niet volledig hebben geuit in de portemonnee van de gemiddelde werknemer, volgens Metzemakers. “We hebben een soort van lockdown gehad, waarin consumenten hun geld niet konden uitgeven in leisure en horeca. Nu de branche weer open is, veert hij weer op. Toch verwachten we dat dit jaar de uitgaven niet terugveren naar het niveau van voor de crisis, want steeds meer mensen verliezen hun baan en zullen minder besteden. ABN Amro verwacht voor dit jaar een krimp van de economie van ruim 5 procent, maar een opleving van het virus kan dit verergeren.”

Geijer ziet aan de andere kant wel een stabiele consumentengroep. “Voor veel werknemers ontwikkelt de coronatijd zich nog redelijk gunstig. Er zijn recent cao’s afgesproken, dus veel consumenten hebben een vangnet en zien hun salaris nog steeds doorstijgen. Zo hebben velen de financiële ruimte om erop uit te gaan. Ze zijn te verleiden door de branche, ook omdat ze uit een bijzondere periode komen en dus een bepaalde behoefte hebben. Consumenten kijken uit naar versoepeling, dat merk je nu al.”

Wel verwachten onderzoekers dat Nederlandse toeristen in eigen land over het algemeen minder besteden dan toeristen die uit het buitenland hierheen komen. “Buitenlandse toeristen besteden hier relatief meer dan de Nederlandse toeristen in eigen land”, zegt Geijer. “Maar de groep Nederlanders die in eigen land op vakantie gaat zal toch een impuls geven aan de sector. Mensen hebben veel vakantiedagen en de behoefte activiteiten te ondernemen.”

Aan de andere kant krimpt de groep buitenlandse toeristen, met name die uit verre landen, merkt Geijer. “Het aantal Duitse toeristen is waarschijnlijk een kwart minder dan vorig jaar, het aantal Belgen nog minder en de krimp is groter naarmate de reisafstand naar Nederland groter is.” Brosius ziet de aanwas Duitse toeristen alweer toenemen, waar Belgische vakantiegangers voorzichtiger zijn. De formules passen hun assortiment net als altijd op de gast aan. “De Duitse tijdschriften liggen alweer in de schappen.” Van den Hurk houdt ook rekening met ‘een verschuiving in het type gast’. “Veel buitenlandse toeristen blijven weg en daar komen Nederlanders voor in de plaats.”

Metzemakers verwacht dat vooral hotels creatief moeten zijn. “Zo is er een hotel in Amsterdam dat zich sterk op de Chinese toerist richt. Dat zal nu een andere aanpak moeten verzinnen. Voor de binnenlandse toerist zou ik vooral inzetten op hygiëne en de bijbehorende, geruststellende maatregelen ook uitdragen, bijvoorbeeld in advertentievorm.”

Ondersteunen
Zowel Brosius als Van den Hurk geeft aan in ieder geval zo veel mogelijk te doen om hun ondernemers te steunen. “We laten onze ondernemers niet ten onder gaan, of ze nou een winkel in de binnenstad hebben of bij een vakantiepark”, zegt Brosius stellig. “Gelukkig hebben alle betrokken partijen zich constructief opgesteld.”

Van den Hurk zag ook hoe bijvoorbeeld fabrikanten met innovaties kwamen. “Nu we in juli zijn gestart doen we er met z’n allen alles aan ondernemers zo goed mogelijk te ondersteunen. Zo hebben we een systeem met waardebonnen gecreëerd in samenwerking met onze leveranciers, als extra stimulans. Consumenten krijgen bij binnenkomst bij het vakantiepark een bonnenboekje waarmee ze bepaalde producten kunnen kopen in de winkel. Daarnaast had Red Bull een leuke activatie, met een prachtige display. Ook andere fabrikanten weten ons te vinden. Ik roep fabrikanten dan ook op: heb je leuke ideeën om retailondernemers in leisure en recreatie te ondersteunen: bel ons, onze ondernemers kunnen het goed gebruiken.”

Dit artikel verscheen eerder in Out.of.Home Shops. Abonneren? Klik hier.