Januari is in de horeca wat maandag is voor de rest van Nederland: iedereen begint fris, optimistisch en vol goede voornemens, om die later in het jaar weer enigszins bij te stellen. En zoals dat hoort, trapt de branche het jaar af met beurzen.
Veel beurzen. Horecava voorop, gevolgd door regionale edities waar dezelfde gezichten, verhalen en trends elkaar vrolijk blijven tegenkomen.
Dit jaar begon Horecava niet alleen met trends, maar ook met weercodes. Nog voordat de eerste cappuccino werd geschonken, kleurde de kaart oranje in Nederland. Al helpen weercodes de horeca zelden, behalve dan bij het produceren van annuleringen.
Horecava zelf is al lang geen gewone beurs meer. Het is de officiële nieuwjaarsreceptie van de horeca. Met betere koffie dan op kantoor, slechtere wifi dan thuis en bitterballen die al om elf uur ’s ochtends verdacht goed smaken. Iedereen is er: ondernemers die ‘even komen kijken’, leveranciers met ‘iets nieuws en iets duurder’ en adviseurs die zinnen beginnen met: “Wat wij nu echt zien in de markt…”
Het draait om trends, trends en nog eens trends. Ook dit jaar vliegen ze je om de oren. Efficiëntie, duurzaamheid, technologie, betaalbare luxe. Robots die bier tappen, dashboards die voorspellen hoeveel kroketten je vrijdag verkoopt en menu-engineering die genadeloos uitlegt dat jouw favoriete gerecht vooral emotionele waarde heeft.
Maar er is nóg een trend die je niet op de beursvloer vindt, terwijl iedereen ’m voelt: regeldruk. De horecaondernemer van 2026 is gastheer, personeelsmanager, inkoper én halve jurist. Van arbeidsregels tot afvalstromen, van allergenen tot duurzaamheidsrapportages, soms lijkt het alsof elke nieuwe maatregel eerst in een restaurant wordt getest.
De teneur voor 2026 is helder: betaalbare luxe. Alles is duurder geworden, personeel blijft schaars en gasten zijn kritischer dan ooit. Overdaad maakt plaats voor eenvoud. Luxe zit ’m nu vooral in vakmanschap, aandacht en een ervaring die klopt. In een gerecht dat je onthoudt, een goed glas wijn en een medewerker die jou echt ziet, niet omdat het moet, maar omdat het kan. Die eenvoud is geen romantiek, maar bittere noodzaak. Want elke extra regel, elke extra handeling en elke code oranje kosten tijd, energie en omzet.
Wat deze beurzen vooral doen, is de branche bij elkaar brengen. Ze zijn een spiegel én een borrel. Je hoort dat jij niet de enige bent met annuleringen, personeelstekorten of frustratie over regels. Dat anderen ook zoeken naar ruimte om te ondernemen. Dat niemand het gouden ei heeft gevonden, behalve die ene spreker op het podium, die toevallig ook een boek verkoopt.
En aan het eind van de dag, met een plastic glas wijn in de hand, gebeurt waar het echt om draait: verhalen, plannen, herkenning. “Dit jaar pakken we het anders aan.” “We moeten versimpelen.” “We redden het wel.”
Daarna begint het echte werk weer. Met code groen of oranje. Maar met ideeën, nieuwe contacten en het geruststellende besef dat de horeca, ondanks alles, nog altijd veerkrachtig, eigenwijs en sociaal is. Precies zoals het hoort. Wat een mooi vak!
Dit artikel verscheen eerder in Out.of.Home Shops. Abonneren? Klik hier.