foto-robert-def Robert Melaard. Foto: Gastvrij Rotterdam

In gesprek met Robert Melaard over Gastvrij Rotterdam 2026

ROTTERDAM - Gastvrij Rotterdam groeit tegen de stroom in. Terwijl horecaondernemers en leveranciers te maken hebben met stijgende kosten, veranderend consumentengedrag en economische onzekerheid, is de vakbeurs in Rotterdam opnieuw volledig uitverkocht. Managing director Robert Melaard ziet daarin vooral een bevestiging dat de behoefte aan ontmoeting, inspiratie en nieuwe oplossingen onverminderd groot is. Of, zoals Melaard het samenvat: “The power of the human touch.”

Kim Schoonman |

Gastvrij Rotterdam presenteert zich ook dit jaar als een compleet platform voor het midden- en hoogsegment van de horeca. De beursvloer in Rotterdam Ahoy is met ongeveer 4% gegroeid ten opzichte van vorig jaar, waardoor de vijf beurshallen maximaal in gebruik zijn. Al in augustus was de beurs uitverkocht. Volgens Robert Melaard is dat opvallend, zeker gezien de omstandigheden waarin de sector verkeert.

Onder druk
“Er gebeurt natuurlijk van alles, zowel nationaal als internationaal. Er is veel onzekerheid. De btw-verhoging voor een deel van onze sector, gestegen energiekosten, hogere personeelslasten en inkoopprijzen: alles bij elkaar zet de marges van horecaondernemers onder druk.” Ook consumenten maken andere keuzes. Een avond uit eten concurreert volgens Melaard steeds nadrukkelijker met andere uitgaven. “Mensen kijken toch: kan ik  nog tanken of kan ik met z’n tweeën uit eten?”

Toch blijven leveranciers investeren in hun aanwezigheid op Gastvrij Rotterdam. “Blijkbaar is de behoefte om zichzelf te laten zien er nog steeds. Je kunt een beursdeelname misschien een jaar overslaan en daarmee duizenden euro’s besparen, maar uiteindelijk wil je toch met je markt in gesprek blijven. Zeker op een beurs waar je een grote groep relevante mensen bij elkaar hebt.”

Kiezen voor kwaliteit
Die focus op relevante bezoekers is volgens Melaard een van de fundamenten onder het succes van Gastvrij Rotterdam. De beurs werd vanaf de eerste editie bewust anders gepositioneerd dan andere horecabeurzen. Melaard organiseerde eerder een aantal edities van de BBB Maastricht en van de Horecava. Die ervaring gebruikte hij bij de oprichting van Gastvrij Rotterdam in 2013. “Ik heb gekeken: wat is er al en wat is er nog niet? De Horecava is het nationale platform voor alles en iedereen. Daar komt ook alles en iedereen. Wij wilden in Rotterdam juist heel gericht zijn op het midden- en hoogsegment van de horeca, met een enorme focus op de ondernemer en manager.”

Dat betekent ook dat niet iedere bezoeker of exposant automatisch binnen het concept past. “We zeggen tegen bepaalde bedrijven gewoon nee als we vinden dat ze niet bij de setting van de beurs passen”, zegt hij overtuigd. Melaard noemt een aanvraag van een bedrijf met gokkasten als voorbeeld. Het bedrijf wilde tijdens de coronaperiode een grote stand van tachtig vierkante meter huren. “Dat is natuurlijk veel geld, maar we hebben het niet gedaan. Het past niet binnen het concept van deze beurs voor het midden- en hoogsegment. Je houdt je concept zuiver door daar consequent in te zijn.”

"De beurs moet ondernemers minimaal tien nieuwe ideeën opleveren"

Meer rendement uit beursdeelname
Die kwaliteitsbewaking geldt niet alleen voor het aanbod, maar ook voor de begeleiding van exposanten. Gastvrij Rotterdam organiseert voorafgaand aan de beurs onder meer webinars over het rendement van deelname. Daarnaast is er een informatiebijeenkomst in Ahoy waar exposanten elkaar ontmoeten en worden bijgepraat over het programma.

Ook na afloop wordt de nadruk gelegd op opvolging. “Een van de dingen die vaak niet gebeurt, is het opvolgen van leads. Als je dat niet vooraf al in je agenda zet, stopt het bij de afbouw van de beurs en gaat iedereen weer verder met de normale werkzaamheden”, aldus de managing director. Door exposanten daarop voor te bereiden, probeert Gastvrij Rotterdam de beursdeelname niet alleen succesvol op de beursvloer zelf te maken, maar ook daarna.

Het doel voor bezoekers is minstens zo concreet. Melaard: “Onze missie is dat ondernemers en managers de beurs verlaten met minimaal tien nieuwe ideeën. Dat kunnen nieuwe producten zijn, nieuwe contacten of nieuwe inzichten.”

Zeewier als nieuwe grondstof
Een van de opvallendste nieuwe onderdelen van de editie van 2026 is het paviljoen van de European Seaweed Association. Met ongeveer elf partners op bijna honderd vierkante meter wordt het onderwerp breed benaderd. Zeewier wordt daarbij niet alleen bekeken als ingrediënt of voedingsstof, maar ook als mogelijke grondstof voor bijvoorbeeld disposable verpakkingen. Het paviljoen past volgens Melaard bij de manier waarop Gastvrij Rotterdam actuele ontwikkelingen naar de beursvloer wil vertalen. “We proberen altijd te kijken wat er in het hele horecalandschap gebeurt en dat te vertalen naar wat bezoekers op de beurs kunnen zien.”

Dat geldt ook voor de bredere ontwikkeling rondom plantaardig eten. De beurs experimenteerde jaren geleden al met een vegan tastelab. Dat bleek verrassend populair en zat binnen twee weken vol. Later werd het concept omgevormd tot een plant-based paviljoen. Maar ook dat label lijkt inmiddels alweer achterhaald. “Steeds meer mensen willen minder vlees, maar niet per se vleesvervangers. Daardoor ontstaat meer een hybride benadering: deels dierlijk, deels plantaardig.” Het plant-based segment op de beursvloer neemt iets af, terwijl andere duurzame en groene initiatieven daarvoor in de plaats komen. “Per saldo groeien de groene paviljoens wel.”

Horeca en retail vloeien samen
Volgens Melaard vervagen de grenzen tussen horeca en retail inderdaad steeds verder. “Bij gerenommeerde restaurants zie je bijvoorbeeld dat producten uit het restaurant ook meegenomen kunnen worden. Andersom kun je tegenwoordig bij grote supermarkten eten. Die beweging gaat steeds verder.”

Het eetgedrag van jongere generaties draagt daaraan bij. Zij eten vaker kleine gerechten, delen eten en zijn minder geïnteresseerd in urenlang tafelen aan een gedekte tafel. Tegelijkertijd neemt het aantal eet- en drinkmomenten buiten de traditionele horeca toe. Melaard noemt het ‘grazen’: consumenten willen op steeds meer momenten en plaatsen iets kunnen eten of drinken. “Daarin voorzien deels de horeca, deels retail en deels combinaties daarvan. Tankstations hebben bijvoorbeeld steeds bredere assortimenten.” Retailers weten Gastvrij Rotterdam dan ook steeds beter te vinden. Zij kijken naar horeca als testomgeving voor nieuwe producten en concepten. “Je ziet daardoor over en weer steeds meer interesse in elkaars kanaal.”

Technologie naast traditie
Digitalisering, AI en robotisering krijgen eveneens een plek op de beurs. Zo waren er eerder al een koffierobot, een hologram en bezorgrobots te zien. Ook dit jaar worden nieuwe technologische toepassingen verwacht, waaronder robots en AI-gedreven kassasystemen. Toch verandert Gastvrij Rotterdam daarmee niet in een technologiebeurs. Het traditionele foodaanbod blijft volgens Melaard essentieel. “We willen compleet zijn in food en non-food. Als je als horecaondernemer naar de beurs komt, moet je alles kunnen vinden wat je nodig hebt: van koffie, bier en wijn tot een afwasmachine, kassasysteem, meubilair en alles voor de gedekte tafel.” Juist die combinatie van compleet aanbod, actuele ontwikkelingen en persoonlijk contact vormt volgens hem de kracht van de beurs.

‘Het idee is werkelijkheid geworden’
Op de vraag waar hij het meest trots op is, antwoordt Melaard aanvankelijk opvallend nuchter: “Op niks eigenlijk. Ik ken dat woord trots niet zo in deze context.” Gastvrij Rotterdam noemt hij wel zijn ‘vijfde kind’. Hij was erbij vanaf het idee en zag de beurs in vijftien jaar uitgroeien tot een evenement waar tienduizenden mensen bij betrokken zijn, van exposanten en bezoekers tot standbouwers en leveranciers. “Het is gewoon gaaf om te zien dat het van niks dit is geworden. Er komen tienduizenden mensen in beweging rond iets wat er vijftien jaar geleden niet was. Dat het idee werkelijkheid is geworden, vind ik heel bijzonder.”  

Bron: Out.of.Home Shops