‘Groei van aantal fastfoodsrestaurants is antwoord op de vraag naar gemak’

Frituurbranche zet professionaliseringsstappen, en dat al tien jaar

VELDHOVEN - Torenhoge energierekeningen, het negatieve imago dat er rondom frituren hangt, de schaarste van zonnebloemolie door de oorlog in Oekraïne en nu weer de kwestie over separatorvlees. Frans van Rooij, oprichter en directeur van de Vereniging Professionele Frituurders, of ProFri, heeft het razend druk. Het is dan ook zijn missie de achterban uit te laten groeien tot ‘ambassadeurs van het frituren’. Geen gemakkelijk opgave, zie bovenstaande, maar wel een waar hij zich met hart en ziel voor inzet.

Een van de zaken die Van Rooij aan het hart ligt, is de negatieve beeldvorming rondom frituren.
“Het frietje is in een verkeerd daglicht geplaatst en het typisch Nederlandse frituurassortiment krijgt vaak de schuld van de gezondheidsproblemen van veel landgenoten. Ik vind dit onterecht”, zegt Van Rooij. Hij vervolgt: “De discussie is niet te winnen, dat is me wel duidelijk na tien jaar ProFri. Maar we moeten wel iets doen om die eenzijdige beeldvorming te verbeteren. Niets doen is geen optie. Naar aanleiding van de discussie over de volksgezondheid en vooral na een rapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, waarin wordt gepleit voor het opleggen van beperkingen ten aanzien van vestigingsplek, openingstijden of assortiment van cafetaria’s, snackbars en andere frituurspeciaalzaken, hebben wij vorig jaar een antwoord geformuleerd in de vorm van een manifest. Want hier kunnen we ons absoluut niet in vinden. Bovendien zie ik de groei van het aantal frituurzaken en andere fastfoodlocaties niet als antwoord op de vraag naar ongezonde voeding, maar als antwoord op de vraag naar gemak”, stelt Van Rooij.

Meesterfrituurder
Wat staat er in het manifest? Dat ProFri vindt dat de ‘symboolpolitiek rond voeding en overgewicht in (semi)officiële notities en rapporten, waarbij bijna steevast met de vinger wordt gewezen naar één branche in het bijzonder als de boosdoener’ moet worden gestaakt. Net als de ‘voedseldiscriminatie’ en het meten met twee maten, want ‘de realiteit is dat supermarkten het overgrote deel van de verkopen van voedselproducten voor hun rekening nemen’, en goed zijn voor circa 80 procent van de calorieën die consumenten tot zich nemen. Bovendien mag worden erkend dat frituurspeciaalzaken een unieke status hebben en bijdragen aan de aardappelverwerkende industrie en een belangrijke sociale rol vervullen in veel wijken en dorpen. Ook wordt in het manifest benadrukt wat de waarde is voor de economie: 5700 frituurspeciaalzaken zetten jaarlijks circa 1,2 miljard euro om – en 0,5 tot 0,8 procent van het aantal door Nederlanders ingenomen calorieën. Het past allemaal binnen de missie van ProFri: het stimuleren van een gezonde groei van de frituursector. Van Rooij: “We willen dat consumenten en opiniemakers gefrituurde gerechten gaan zien als onderdeel van een gezond en duurzaam eetpatroon. De maatschappelijke discussie is echter niet te winnen, dus richten we ons op de drie V’s: Vakmanschap, Veiligheid & Hygiëne en Verantwoordelijkheid. Het is de bedoeling dat men frituren gaat vereenzelvigen met deze pijlers, die ook aan de basis liggen van ons keurmerk Goed Gefrituurd.” Nu heeft een deel van de leden dit keurmerk ontvangen, maar het is de bedoeling dat het vanaf 2024 voorwaarde is voor lidmaatschap. “Dat wilden we al sinds de oprichting, nu is het er eindelijk van gekomen”, zegt Van Rooij. Hij verduidelijkt: “Wij willen toppers naar voren halen en van alle leden ambassadeurs maken. Vandaar dus die koppeling met Goed Frituren. Het keurmerk inspireert onze leden, het maakt ze trots op het vak. En het helpt ze antwoord te kunnen geven op vragen van mensen, ook als die heel kritisch zijn. We moeten als professionele frituurders kunnen uitleggen waar we voor staan.”
Op termijn wenst Van Rooij de titel Meesterfrituurder te kunnen uitreiken. Alle segmenten binnen de horeca kennen immers een Meestertitel. “Al tijdens de oprichting van ProFri stond dit op het wensenlijstje. Helaas menen buitenstaanders dat frituren geen ambacht is. Wij weten wel beter en dus roepen wij zélf deze eretitel in het leven. Wij zijn benieuwd wie de eerste Meesterfrituurder van Nederland wordt!”, aldus Van Rooij.

Gestegen energieprijzen
Nog een voorbeeld van het behartigen van de collectieve belangen van professionele frituurders is het bieden van oplossingen voor de gestegen energieprijzen. Eerder dit jaar luidde Van Rooij de noodklok vanwege de hoge energiekosten. Hij riep onder meer het ministerie van Economische Zaken op met steunmaatregelen te komen. Hij liet weten dat de energierekening van ‘de gemiddelde buurtcafetaria’ inmiddels ruim 3.600 euro per maand betrof, tegenover 1.200 euro een jaar geleden. Om de kosten te dekken zouden frituurspeciaalzaken hun prijzen met minimaal 20 procent moeten verhogen, legde hij uit. Van Rooij: “De gestegen energieprijzen drukken enorm op de professionele frituurders. En dan te bedenken dat er maar weinig zijn die een goede boterham verdienen met hun frituurspeciaalzaak. Vooral de ondernemers met een variabel contract zijn in de betalingsproblemen gekomen. Daarom hebben we een oplossing gezocht én gevonden voor onze leden. Tijdens een speciale bijeenkomst hebben we ze voorgelicht over een intermediair die kan helpen. Ondernemers die dat willen, kunnen zich voor 2023 aansluiten bij een bestaand collectief, dat al energie heeft ingekocht voor dat jaar. Helaas is er beperkt ruimte. Voor 2022 kunnen ondernemers desgewenst geholpen worden hun energietarieven op een gunstig moment vast te zetten. Het is een druppel op een gloeiende plaat, maar biedt wel zekerheid.” Voor de toekomst zet ProFri zich in te helpen bij de energietransitie. “Uiteindelijk moeten we allemaal van het gas af, dus onderzoeken we als vereniging hoe we dat collectief kunnen bolwerken. We zoeken bijvoorbeeld uit of we als sector in aanmerking kunnen komen voor subsidie”, vertelt Van Rooij, die zelf besloot in het gat te springen dat ontstond nadat Koninklijke Horeca Nederland de frituurtak afstootte. Dat was tien jaar geleden. Wat staat hem de komende tien jaar nog te wachten? Het belooft alvast geen saaie periode te worden.

Bron: Out.of.Home Shops

Dit artikel verscheen eerder in Out.of.Home Shops. Abonneren? Klik hier.