‘Juist in december wil de consument worden verwend. Kalfsvlees is daarvoor heel geschikt.’

VanDrie Group houdt oog op eigen kalfsvleesketen

APELDOORN - Melkschepper Jan van Drie sr., die bij boeren de kwaliteit van de melk testte, kocht zestig jaar geleden een aantal stierkalveren die voor de melkveehouders niet bruikbaar waren. Het bleek een gouden greep. De kalfsvleesmarkt groeide en met het zelf opvoeden van de kalveren had VanDrie Group een uniek concept te pakken.

Inmiddels is de eerste generatie Van Drie met pensioen en zijn de tweede en derde generatie van de familie werkzaam in het bedrijf. De bruikbaarheid van de kalveren is sindsdien steeds breder geworden. Daarom specialiseerde VanDrie Group zich als ketenproducent, waarbij alle schakels van de productie in eigen beheer zijn. Out.of.Home Shops sprak met Marijke Everts, director corporate affairs.

Alle schakels van de keten in eigen beheer. Wat houdt dat in?
“De ketenproductie betekent dat we alle delen van de productie van het kalfsvlees in eigen hand hebben. Wij kopen zelf de kalveren in, vangen die op bij een kalverhouderij, produceren het voer, verwerken het vlees en zorgen ook voor de afzet van het vlees over Nederland en de rest van Europa. Dat is uniek, want ik heb over de hele wereld nog niet eerder een bedrijf gezien met een structuur als de onze. Daarnaast vinden we het ook heel belangrijk om alles van het kalf goed te verwaarden en een nuttige bestemming te geven. Dus wij ontfermen ons niet alleen over het vlees, maar ook over de kalfshuiden die we afzetten aan de modeindustrie. De botten en organen - zoals zwezeriken, nieren en levers - worden gegeten of gebruikt in de cuisine in talloze Europese landen en als delicatessen gezien.”

VanDrie Group biedt dus kansen voor kalfsvlees in heel Europa?
“We produceren het meeste van ons vlees in Nederland, maar hebben ook veehouderijen in Frankrijk en Italië. In totaal hebben we dan zo’n 2600 medewerkers. Van de Nederlandse productie blijft gemiddeld 7 procent in eigen land en de rest wordt verspreid naar voornamelijk België, Frankrijk, Italië en Duitsland. Dat gaat bijvoorbeeld naar groothandels en retailers. Daarom is het de afgelopen maanden lastig geweest, door alle lockdowns in onze afzetlanden. Kalfsvlees is per definitie geen groeimarkt, maar we hopen snel onze positie te hervinden en de situatie waarin wij ons bevinden weer te stabiliseren.”

Gaat de decembermaand daarbij helpen?
“We merken zeker dat er normaliter rond december meer vraag is naar onze producten. Nu is er natuurlijk nog veel onzekerheid en ondanks dat de horeca herstellende is, is het nog lang niet op het oude niveau. Maar we hopen dat consumenten juist deze kerst naar de horeca trekken, waar verschillende gezinnen binnen een familie op gepaste afstand met elkaar kunnen dineren. Want juist bij een restaurantbezoek willen consument verwend worden. Dan kiezen ze sneller een bijzonder product en dat kan heel goed met kalfsvlees. Het past beslist in een rijkelijk feestdiner. Een luxe stuk vlees dat we op duurzame wijze en zo diervriendelijk mogelijk hebben geproduceerd en ook nog eens heel lekker is.”

Dierenwelzijn is bij jullie een belangrijke factor?
“Absoluut! Er wordt heel veel energie gestoken in het waarborgen van welzijn van onze dieren, zeker omdat het zo’n breed begrip is. Het gaat niet alleen over diergezondheid, maar ook over het herkennen van diergedrag en het beschermen van de intrinsieke waarde van de kalveren in alle fases waarin de dieren zich bevinden. Daarnaast kijken we ook kritisch naar antibioticagebruik. We hebben inmiddels 61,4 procent van het antibioticagebruik weten te reduceren ten opzichte van 2007 en zijn wat dat betreft nu op een historisch laag punt beland. Maar ook duurzaamheid heeft onze focus. We verwachten dat etikettering verplicht wordt met vermelding van de ecologische voetafdruk; dan moeten wij wel weten hoe groot die is. We zijn daarnaast bezig met het verminderen van onze uitstoot, waaronder stikstofemissie - bijvoorbeeld met stikstofarme stallen. Dat zijn enorme investeringen, zeker om het op te schalen.”

Helpt dat ook bij het aan de man brengen van de producten?
“Voor ons is het belangrijk dat de horecaondernemer en uiteindelijk de consument goed geïnformeerd zijn over onze producten. Vroeger had iedereen wel een familielid, buur of vriend die boer was, waardoor men altijd makkelijk kennis kon inwinnen over hoe voedsel werd geproduceerd. Maar daar komen we als samenleving steeds verder vanaf te staan, terwijl juist de jongere generatie over het algemeen kritischer naar producten kijkt. Voor ons is het dus van belang om hen te blijven betrekken bij het voedsel en te laten zien hoe het maken ervan gebeurt. Wij moeten daarin als levensmiddelenproducent ook de ontwikkelingsdrang behouden. We doen het hartstikke goed, maar we willen het altijd beter.”

Dit artikel verscheen eerder in de papieren editie van Out.of.Home Shops. Abonneren? Klik hier.