ALKMAAR - Wat ooit begon als een praktische oplossing voor een logistiek probleem, groeide in vijftien jaar uit tot een vaste ontmoetingsplek voor horecaondernemers, leveranciers en accountmanagers uit de regio.
Jan Laan, senior accountmanager bij VHC Jongens, is al vanaf het begin betrokken bij de organisatie van de Noord-Hollandse Horecabeurs en vertelt waarom hij, in een sector die steeds sneller digitaliseert, bewust blijft vasthouden aan een bijna ouderwetse overtuiging: zaken doe je nog altijd het beste van mens tot mens.
De Noord-Hollandse Horecabeurs, dit jaar op 30 en 31 maart, laat zien dat succes niet altijd zit in schaalvergroting, spectaculaire shows of internationale allure, maar juist in herkenbaarheid, toegankelijkheid en vooral persoonlijk contact.
Van huisbeurs naar stadion
“De oorsprong van de beurs ligt in de klassieke huisbeurs. Het was een evenement dat simpelweg in het eigen bedrijf werd georganiseerd. Dat werkte jarenlang prima, maar het had duidelijke beperkingen”, vertelt Laan. Vier dagen lang moest de normale bedrijfsvoering worden omgebouwd, terwijl het dagelijkse werk gewoon doorging. De ruimte was klein, de logistiek ingewikkeld en de schaal beperkt. “We hadden al een samenwerking met voetbalclub AZ in Alkmaar en daar lag de oplossing”, zegt hij. Het stadion bood ruimte, parkeergelegenheid en de mogelijkheid om groter te denken, zonder de persoonlijke sfeer te verliezen. Daar begon de beurs, aanvankelijk verspreid over drie etages. In de loop der jaren veranderde dat concept. “We merkten dat bezoekers minder enthousiast waren over meerdere verdiepingen. In de middag was de derde etage al leeg, omdat iedereen beneden stond. Ze zochten gezelligheid, overzicht en direct contact.”
Vandaag bestaat het evenement uit drie grote feesttenten naast elkaar. “Geen hoogbouw, geen lange liftritten, maar een compacte, levendige opzet waarin bezoekers vanzelf langs alle stands lopen”, legt Laan uit. De inrichting voelt eerder als een tijdelijke horecastraat dan als een klassieke beursvloer. Juist dat blijkt een belangrijk onderdeel van het succes.
Groei zonder groeidwang
Dat het evenement inmiddels stevig verankerd is in de regio, verraste zelfs de organisatie. “Bij de start hadden we hoop op succes, maar niemand had verwacht dat de beurs zo groot zou worden. Toch is groei nooit een doel op zich geweest. We kiezen bewust voor een beheersbare omvang”, aldus de organisator van de beurs. Met ongeveer tweehonderd standhouders blijft de beurs overzichtelijk. “Meer stands zouden kunnen, maar een extra tent die niet volledig gevuld raakt, haalt meteen de sfeer weg. Gezelligheid is geen bijzaak, maar een randvoorwaarde”, meent Laan. Als uitbreiding mogelijk is, gebeurt dat alleen wanneer het organisatorisch past.
Open voor iedereen
“Hoewel we een duidelijke regionale focus hebben, is de toegang open voor iedereen”, zegt Laan. “We willen geen exclusieve leveranciersbeurs zijn en ook geen gesloten netwerk. Ondernemers die klant zijn bij andere groothandels zijn net zo welkom. Die open houding voorkomt dat bezoekers denken dat het evenement alleen bedoeld is voor bestaande relaties. Het doel is juist om drempels weg te nemen en nieuwe contacten mogelijk te maken. Een horecaondernemer moet vrij kunnen praten met elke leverancier, ongeacht bestaande contracten of samenwerkingen.”
Regionaal contact
Volgens de senior accountmanager zit het echte verschil met grote nationale beurzen in de regionale benadering. “Op landelijke events spreken bezoekers vaak met vertegenwoordigers uit andere regio’s, waardoor vervolgcontact minder vanzelfsprekend is. Op onze beurs staan juist de accountmanagers en regioteams die dagelijks in hetzelfde werkgebied actief zijn. Dat maakt gesprekken concreter, praktischer en persoonlijker. De kans dat een gesprek daadwerkelijk tot een bezoek of samenwerking leidt, is daardoor groter”, stelt hij. “Onze beurs is minder een showcase en meer een ontmoetingsplek voor bestaande en toekomstige werkrelaties.”
Jubileum zonder spektakel
Voor de vijftiende editie is geen groots jubileumprogramma opgezet. Geen fanfare, geen spectaculaire acties, geen grote promoties. Laan houdt het simpel: “Bezoekers krijgen een goodiebag en de aankleding wordt iets feestelijker, maar de basis blijft hetzelfde. Grote acties trekken vaak bezoekers die alleen voor kortingen komen en daarna verdwijnen. We investeren liever in langdurige klantrelaties dan in eenmalige stuntbezoeken.”
Succes zit in het gesprek
Wat maakt een beurs succesvol? “Succes zit in het gesprek, in wat er maanden later nog gebeurt. Natuurlijk worden er nieuwe contacten gelegd en ontstaan zakelijke kansen, maar directe orders zijn niet het belangrijkste meetpunt”, vindt Laan. “De beurs duurt twee dagen, maar er wordt maanden vooraf over gesproken en nog lang erna. Het effect werkt als een sneeuwbal: leveranciers leggen nieuwe contacten, vertegenwoordigers openen deuren en ondernemers ontdekken nieuwe mogelijkheden.”
Een veranderende markt
In vijftien jaar tijd veranderde de foodservicewereld aanzienlijk, aldus Laan, die al veertig jaar in het vak zit. “Productassortimenten groeiden, nieuwe concepten ontstonden en trends als vegan, biologisch, lokaal en bewust eten kregen meer aandacht. Vooral regionale producten winnen terrein, omdat restaurants graag herkomst en authenticiteit op hun kaart zetten.”
Hij ziet tegelijkertijd een mentaliteitsverandering: “Waar vroeger afspraken sneller persoonlijk werden gemaakt, zoeken ondernemers nu vaker eerst online informatie. Contact verloopt via mail of digitale systemen. Voor sommigen hoort dat bij de tijd, maar wij blijven geloven dat echte relaties alleen ontstaan wanneer mensen elkaar persoonlijk ontmoeten, elkaars bedrijf zien en samen het gesprek aangaan. Onze beurs wordt georganiseerd vanuit een duidelijke servicegedachte.
Standhouders betalen één bedrag en krijgen vrijwel alles geregeld: catering, logistiek, ondersteuning en praktische faciliteiten. Zo kunnen leveranciers zich volledig richten op hun presentatie en gesprekken.”
Artikel gaat verder onder de foto ↓
Streng maar gastvrij
Laan, die deze beurs als zijn kindje ziet, verzekert dat er duidelijke regels worden gehanteerd voor standhouders. “Stoelen of krukken zijn bijvoorbeeld niet toegestaan; deelnemers moeten actief blijven staan en bezoekers aanspreken. Wie achter een laptop of telefoon blijft zitten, mist de essentie van beursdeelname.”
Ook praktische discipline hoort erbij. Te vroeg opruimen is niet toegestaan, stands mogen niet onbeheerd blijven en bezoekers moeten altijd welkom worden geheten.
Kiezen voor eenvoud
“Waar veel grote beurzen inzetten op demonstraties, seminars, wedstrijden en workshops, kiezen wij bewust voor eenvoud”, benadrukt Laan. “Horecaondernemers komen vooral om collega’s te ontmoeten, leveranciers te spreken en inspiratie op te doen. Niet om in een afgesloten ruimte naar een presentatie te luisteren. Onze beurs richt zich daarom volledig op ontmoeting en sfeer.”
Naast productpresentaties krijgt begeleiding van ondernemers steeds meer aandacht. “Een samenwerking met het Horeca Vakcollege maakt het mogelijk om bezoekers advies te geven over opleidingen, certificaten en professionele ontwikkeling. Daarnaast zetten we interne chefs in om ondernemers praktisch te ondersteunen bij menuontwikkeling, keukenprocessen en efficiënt werken”, weet Laan. Het doel is niet alleen producten verkopen, maar bedrijven helpen sterker te worden.
Innovatie door gemak
Een vraag over innovaties interpreteert de senior accountmanager op zijn eigen manier: van technologische innovaties zoals AI heeft hij minder verstand en die spelen volgens hem voor deze beurs een minder zichtbare rol. “De grootste verandering is de enorme groei van kant-en-klaarproducten bij agf en sous-vide koken (Frans voor ‘onder vacuüm’, een techniek waarbij voedsel in luchtdichte zakken langzaam gaart in een waterbad op een constante, lage temperatuur, red.). Dat bespaart tijd, vermindert verspilling en verlaagt de personeelsdruk.”
Een persoonlijke noot
Op de vraag of hij nog wensen heeft voor volgende edities, komt Laan met het volgende antwoord: “Ik wil altijd proberen om nieuwe dingen toe te voegen die niemand anders heeft. Vorig jaar probeerde ik, omdat dat helemaal in is, kunstbloemen in een stand te krijgen. Ik heb daar echt mijn best voor gedaan, maar het valt soms best een beetje tegen om iedereen daarin mee te krijgen.”
De meest memorabele momenten van de afgelopen vijftien jaar zijn onverwacht: “De weersomstandigheden. Als het windkracht zes in het land is, is het bij het stadion windkracht negen. Wij hebben een keer windkracht twaalf gehad. Toen moest de tent een uurtje of drie dicht, dat was te gevaarlijk. We hebben ook wel eens een jaar gehad dat het 28 graden was. Toen hadden de mensen van de strandpaviljoens geen tijd, dus misten we hen op de beurs.”
Op de vraag of er ook leuke momenten zijn die hij zich herinnert, antwoordt hij lachend: “Ik vind het altijd leuk!”
Een beurs als dorpsplein
Laan geeft de voor hem beste samenvatting van de Noord-Hollandse Horecabeurs: “Geen internationale mega-expo, maar een tijdelijk dorpsplein voor de horeca. Ondernemers herkennen elkaar, spreken oude bekenden, ontdekken nieuwe leveranciers en wisselen ervaringen uit. Iedereen is welkom, zolang men actief meedoet en bijdraagt aan de sfeer.”
Na vijftien jaar blijkt dat juist deze combinatie van nuchterheid, regionale betrokkenheid en focus op persoonlijk contact een formule is die werkt. En precies daarom blijft de opzet waarschijnlijk nog jaren hetzelfde.
Dit artikel verscheen eerder in Out.of.Home Shops. Abonneren? Klik hier.