Column: de betere horeca

Corona heeft maar weinig goeds gebracht. Iedereen is in de war. Ziekte, soms zelfs dood, ellende, familieruzies. Mensen die met de baas in onmin leven, omdat de privé-bureaustoel afgelopen jaar wat extra is gesleten en ze daar geen vergoeding voor hebben kregen. Jongeren in de put, ouderen in de put. Iedereen in de put, het wereldbeeld van velen lijkt veranderd. Kortstondig, dat dan weer wel, want Albufeira en Ibiza zijn alweer volgeboekt.

Maar toch zie ik voor onze franchisers en mijzelf een terechte en erg welkome ontwikkeling. In de voorbije jaren werd de fastservicesector gezien als het afvoerputje van de horeca. Sterker nog; we vallen niet eens in de sector horeca vanuit het perspectief van velen beredeneerd. Zo worden we soms als retailers gezien. Alhoewel, het was Halsema die in deze kwestie juist vaker van mening verandert dan van ondergoed. Als het niet uitkomt weigert Amsterdam vergunningen voor bedrijven met het stempel fastservice. Er is slechts plek in de stad voor ‘de betere horeca’. Wat is dat dan: ‘de betere horeca’? Zijn dat bedrijven waarbij de chef-kok vol creativiteit dertig couvertjes met aandacht en finesse in elkaar zet, voor een ensemble gasten die zichzelf met een op temperatuur gebracht bijpassend wijntje laat verwennen? En dat de brigades dan de hele avond alleen daar druk mee zijn?

Ik heb het er wel eens over met de franchisers, op verjaardagen en partijen durven wij nauwelijks te vertellen dat wij werken in een cafetaria. “Dat is toch zo’n snekbarrr”, zegt men, uitgesproken met een extra lang denigrerende rollende Larense ‘R’ aan het eind. Je kan nog beter vertellen dat je op de vuilniswagen zit, bankier bent of in cocaïne handelt dan dat je vertelt dat frites een van je grootste producten is. Maar dat is vanaf nu voorbij.
De afgelopen vijftien maanden hebben we laten zien hoe weerbaar en hybride onze sector is. We hebben die hele betere horeca laten zien dat wij wél in staat waren om assortimenten te gaan bezorgen, dat we ons konden oprichten en een antwoord hadden op de maatregelen van het kabinet om dat rotvirus eronder te krijgen. We hebben ons heruitgevonden, na iedere persconferentie opnieuw. We slaan aan op de kassa, verwerken, bereiden, pakken in, geven mee en bezorgen op een avond in menig Family-cafetaria tussen de tweehonderd en vierhonderd bonnen. En dat met een kaart van tweehonderd producten. Het recordaantal bezorgingen staat op naam van Pjotr en zijn team die ruim driehonderd orders op een avond kon verwerken op Nieuwjaarsdag. In onze sector werken we niet zelden in teams van tussen de twintig en zestig jongeren in de leeftijd van vijftien tot twintig jaar, ouderen zijn er niet of nauwelijks en dus leiden we zelf de mensen op. Zelf bak ik wekelijks ook een avond mee, het is verslavend leuk om met jongeren een topprestatie te leveren. Het is rammen en stampen, gasgeven, knallen en genieten. Vanaf vandaag stel ik voor dat als we het hebben over ‘de betere horeca’, dat we dan allemaal de cafetaria , patatzaak of snekbarrr bedoelen!

Ralph Markwat
is directeur bij FHC Formulebeheer

Bron: Out.of.Home Shops