Column: Een eerste stap naar duurzaam herstel

Eindelijk! De eerste stap is gezet. Horecaondernemers kunnen sinds 28 april de terrassen weer openen. Ik mag dan tussen 12.00 en 18.00 uur met maximaal 50 gasten op het terras. Ik zou zeggen: daar ben ik wel weer aan toe. Maar ik moet aan allerlei voorwaarden voldoen. Een reservering vooraf is nodig. Ook moet ik me registreren, wat gelukkig ter plaatse kan. Tafels op 1,5 meter afstand, en met maximaal 2 personen aan één tafel. Dat laatste geldt overigens niet voor huishoudens en kinderen tot en met 12 jaar.

Met de gekozen sluitingstijd van 18.00 uur wil de overheid voorkomen dat mensen te lang op de terrassen blijven ‘plakken’. Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is niet helemaal tevreden met deze beslissing en had graag iets ruimere versoepelingen voor de horecaondernemers gezien.
Nu kan ik daar natuurlijk alles van vinden. Feit is dat de omzetgroei voor dit jaar lager uit gaat vallen dan eerder verwacht. Zo laat de opening van restaurants voorlopig nog op zich wachten. Naar verwachting niet eerder dan eind mei. ING Economisch Bureau voorzag in december van vorig jaar nog dat de horeca dit jaar een omzetgroei van 35 procent zou realiseren. Maar inmiddels rekenen ze op een omzetgroei tussen de 10 en 15 procent ten opzichte van vorig jaar. Aangezien de omzet in het derde kwartaal vorig jaar ook sterk aantrok, zal met name het vierde kwartaal het verschil maken. Dat betekent overigens bij lange na nog geen compensatie voor het omzetverlies uit 2020. Het grote herstel schuift naar alle waarschijnlijkheid door naar volgend jaar.
De verwachte omzetgroei tussen de 10 en de 15 procent is een gemiddelde. Wat ik zie is dat de spreiding binnen branches en tussen individuele bedrijven groot is. Voor bedrijven met veel afhaal- en bezorgomzet zoals cafetaria’s en fastservicerestaurants is de schade van de lockdowns relatief minder groot. Voor hen is het makkelijker om bij een geleidelijke versoepeling van de coronamaatregelen snel terug te keren naar normaal. Daarnaast mogen restaurants eerder open dan bedrijven waar gasten staan en lopen. Wat op zich ook logisch is. Cafés en het nachtleven bijvoorbeeld kampen daardoor juist langer met de naweeën van corona.

Ik kijk met bewondering naar de flexibiliteit die bedrijven in de afgelopen periode hebben laten zien. Zo zijn veel horecabedrijven relatief snel overgeschakeld op bezorgen en afhalen. Dankzij de toegenomen flexibilisering van het personeel kan men bovendien snel op- en afschalen in personeel wanneer dat nodig is. Hierdoor zal het aantal horecabanen weer opveren zodra de eerste versoepelingen een feit zijn. En dat is dus nu al aan de orde.
Hoewel 2021 herstel brengt, vrees ik dat de omzetniveaus van vóór de coronacrisis voor de meeste bedrijven nog lang niet in zicht zijn. Beperkingen rondom evenementen en reizen blijven naar verwachting zeker van kracht tot aan de tweede helft van 2021. Ik herken dat bij mezelf. Voor de komende periode zit dit er even nog niet in. Toch nog maar een beetje voorzichtig zijn.
De uitbraak van het virus heeft bovendien een aantal veranderingen in gang gezet die het perspectief voor de horeca voor langere tijd negatief beïnvloeden. Consumenten die terughoudend zijn met uitgaven in de horeca door oplopende werkloosheid en financiële onzekerheid. Niet alleen de Nederlandse gast, maar ook zeker de buitenlandse toeristen. Want in veel andere landen is de economische klap nog groter.

Lucratieve doelgroepen, zoals intercontinentale (zaken-)reizigers, keren pas in groteren getale terug zodra het virus wereldwijd onder controle is. Maar zelfs als dat zover is, vormt videoconferencing een steeds beter alternatief.
Tot slot is thuiswerken gangbaarder geworden. Veel organisaties sturen erop aan dat personeel structureel meer thuiswerkt. Dit heeft grote gevolgen voor cateraars. Daarnaast betekent het ook minder vervoersbewegingen en dus minder kopjes koffie en broodjes voor onderweg.
Kortom de eerste stap is gezet, maar de weg naar herstel is nog lang!

Dirk Mulder

Bron: Out.of.Home Shops