Paviljoen 't Schor Paviljoen ‘t Schor is – weer of geen weer – vijf dagen per week geopend, het hele jaar door. In maart bestaat het restaurant aan de dijk twaalf jaar. Foto: Gerard van Oosbree

Elk getijde brengt een nieuw uitzicht bij Paviljoen ’t Schor

PAAL – In het piepkleine plaatsje Paal, met slechts tachtig inwoners en toch vier horecagelegenheden, runnen Christien Buijsrogge en haar man Danny Paviljoen ’t Schor. Het restaurant ligt midden in een uniek natuurgebied aan de Westerschelde, pal naast het Verdronken Land van Saeftinghe. Door de getijden verandert het uitzicht er letterlijk elke zes uur: van uitgestrekte zandplaten en drooggevallen slikken tot water met passerende schepen.

Rosanne Wormgoor |

Buijsrogge en haar man zijn in het jaar 2000 samen een dorpscafé begonnen in Paal. “Die bruine kroeg hebben we dertien jaar gehad. In hetzelfde dorp lag nog een stuk grond vrij aan de andere kant van de dijk, dus aan het water. Daar hebben we in 2013 zelf een paviljoen op gebouwd. In 2014 zijn we opengegaan met ’t Schor. Dat run ik nu nog steeds samen met mijn man. In maart bestaan we twaalf jaar. We hebben het dorpscafé nog één jaar ernaast gehad, maar ons paviljoen is best groot en we wilden ons daarop focussen. We zijn ook geen mensen die twee dingen tegelijk kunnen.”

Stamkroeg
Het stel rolde samen de horeca in, ondanks dat ze allebei geen enkele achtergrond of ervaring in de branche hadden. Waarom hebben ze die stap toch gezet? “De kroeg die we overnamen, was onze eigen stamkroeg. We kwamen er heel vaak. Ik werkte er al twee keer per maand op zaterdagavond, gewoon voor de leuk. Mijn man zat bij de marine en wilde daarmee stoppen. Hij ging nadenken over wat hij leuk zou vinden om te doen en kwam zo uit bij de horeca. Aanvankelijk was het plan dat hij alleen een café zou beginnen, omdat ik een goede baan had in het onderwijs. Maar toen liet de eigenaar van onze stamkroeg weten dat hij wilde verkopen. Dat leek ons geweldig en zo is het eigenlijk ontstaan”, vertelt Buijsrogge.
Bij Paviljoen ’t Schor hebben ze een hele brede insteek. “Mensen kunnen komen om gewoon lekker een tosti te eten of alleen iets te drinken, maar wij voeren eveneens het hele jaar door een mooi à-la-cartemenu. Vanaf 11.00 uur kun je daarvan bestellen. Dat komt omdat 90% van onze bezoekers bestaat uit Belgen en de Belgische mentaliteit is dat ze gewoon lekker uit eten willen. Daar spelen we op in. Daarnaast hebben we gewoon de kaart die je bij een strandpaviljoen zou verwachten”, aldus Buijsrogge.

Dijkpaviljoen
Officieel is ‘t Schor geen strandpaviljoen, maar een dijkpaviljoen. Ernaast ligt een haven waar sprake is van getijden: de ene keer is er hoog water, de andere keer laag. “Soms is er helemaal geen water en kunnen de boten niet uitvaren. Dan kun je wel prachtig wandelen door het Verdronken Land van Saeftinghe. Ook kun je oversteken naar een grote zandplaat voor een mooie wandeling. Daarnaast wordt er gezwommen in een spuikom, een stilstaand water dat is uitgegraven om de haven moddervrij te houden. Er ligt een steiger en binnenkort komen er kleedkamers en een nieuwe steiger bij. Het is een andere manier van recreëren, maar zeker charmant, midden in een natuurgebied aan de Westerschelde”, meent Buijsrogge.
De eigenaren van ‘t Schor vinden het belangrijk om het persoonlijk te houden. Daarom is er altijd iemand van hen aanwezig. “Onze zoons komen er eveneens bij. De oudste is recent begonnen. Ze zullen op termijn het stokje overnemen en dat is niet door ons opgelegd; ze willen dat zelf. We vinden het heel leuk dat ze er interesse in hebben, maar voorlopig blijven we zelf nog heel erg betrokken. De horeca is echt iets dat je zelf leuk moet vinden om het vol te kunnen houden. In de winter valt het wel mee, maar in de zomer is het echt aanpakken. Dan maak je lange dagen en heb je dagelijks erg veel bezoekers”, zegt Buijsrogge. Het dijkpaviljoen is vijf dagen in de week open, het hele jaar door.

"Wijzelf vinden het nog iedere dag een prachtige werkplek"

Negatieve aandacht is ook aandacht
Paviljoen ’t Schor ligt ontzettend afgelegen. In de buurtschap Paal wonen maar tachtig mensen, en toch zijn er maar liefst vier horecagelegenheden. Die doen het allemaal goed. “In het begin moesten wij ons echt zichtbaar maken. We hebben toen wat negatieve aandacht gehad. Het heeft ons hierdoor vijf jaar gekost om de vergunningen rond te krijgen, maar uiteindelijk is het gelukt. En negatieve aandacht is natuurlijk ook aandacht. We hebben flyers uitgedeeld en veel mond-tot-mondreclame gedaan en in die periode kwamen social media op. Sinds de opening is ‘t Schor eigenlijk al een succes. Op dit moment gaat het vanzelf. Veel mensen lopen de zeedijk op en zien dan vlaggen en auto’s staan en uiteindelijk ons paviljoen. Dan lopen ze gewoon naar binnen. We hebben een uniek uitzicht dat om de zes uur verandert en ieder seizoen. Wijzelf vinden het nog iedere dag een prachtige werkplek”, vertelt Buijsrogge enthousiast.

Eikenhout
Naast het binnengedeelte is er een terras, een serre en een buitenbar. Binnen kunnen 160 gasten zitten en buiten nog eens 250. In de winter is het terras aan de voorkant meestal gesloten vanwege kou en wind. Zo houdt het stel de warmte in het restaurant. Er is wel een klein gedeelte open met een vuurtje.
“Het paviljoen is volledig van eikenhout en heeft een warm, licht en gezellig interieur met zichtbare balken en veel hout”, aldus Buijsrogge. In de winter is het echt een knus restaurant, terwijl het in de zomer door het open karakter een andere, maar nog steeds sfeervolle uitstraling heeft.
Het paviljoen blijft het hele jaar door relevant door vast te houden aan een herkenbaar aanbod. “De menukaart wisselt twee keer per jaar met een zomer- en winterkaart, terwijl een vaste basis altijd beschikbaar blijft. Naast de reguliere kaart is er een wisselende suggestiekaart met seizoens- en streekproducten. In de zomer is het aanbod laagdrempelig voor passanten en fietsers, terwijl het paviljoen in de winter meer het karakter van een restaurant krijgt met uitgebreidere gerechten. De kracht zit niet alleen in het eten, maar vooral in de sfeer en de mensen. Gasten moeten zich in de watten gelegd voelen en met het idee vertrekken dat ze willen terugkomen”, legt Buijsrogge uit. Een persoonlijke, warme manier van werken, met herkenbare gezichten en oprechte aandacht, is wat het paviljoen typeert en wat volgens de eigenaren hun grootste kracht is.

Dit artikel verscheen eerder in Out.of.Home Shops. Abonneren? Klik hier.