Gefrituurde aardappelstaafjes blijven onverminderd populair in Nederland, maar moeten vechten voor bestaansrecht

‘Het frietje verdient echt gewoon beter’

VELDHOVEN - Het frietje is onlosmakelijk verbonden met Nederland, meent Frans van Rooij. Hij is als initiatiefnemer en directeur van de Vereniging Professionele Frituurders (ProFri) een expert en ambassadeur op het gebied van de frituur. In deze Out.of.Home Shops , waarin we een ode aan het frietje brengen, vragen we hem alles over heden, verleden en toekomst van de populaire snack.

Hoe eet Van Rooij zelf zijn frietje het liefst? En zegt hij friet of patat? “Ik zeg friet, want ik kom van beneden de rivieren, maar patat mag ook hoor. Als er maar van genoten wordt! Dat doe ikzelf het liefst met mayonaise. Dus niet met fritessaus. Tot mijn grote verbazing is mayonaise niet overal verkrijgbaar. In België noemen ze fritessaus ‘Nederlandse mayonaise’. Echte mayonaise bestaat voor 80 procent uit olie. Vroeger bestond daar regelgeving over. Bij onze zuiderburen is dat nog steeds het geval. Die op mayonaise lijkende fritessaus bestaat voor het overgrote deel uit water. Een typische Nederlandse uitvinding, wat ik liever niet over mijn friet wil.”

Immaterieel erfgoed
Voor een gesprek over patat (schrijver dezes komt van boven de rivieren, meer over de friet/patat-discussie vind je op pagina 12 en 13) zijn we bij Van Rooij aan het juiste adres. De frituurambassadeur is zelfs, samen met frituurhistoricus en horecaschrijver Ubel Zuiderveld, bezig de ‘vaderlandse afhaalfrituur’ als immaterieel erfgoed te laten bestempelen. Daarvoor moeten hij en zijn kompaan kunnen aantonen dat er daadwerkelijk een traditie bestaat van de wekelijkse frietmaaltijd. Niet iedereen wil het belang van de snackbar erkennen, vertelt Van Rooij. Hij verduidelijkt: “Sommigen halen zelfs hun neus ervoor op. Terwijl er een enorme historie achter zit. Miljoenen huishoudens kennen de traditie van de ‘snackbar op de hoek’, waar op een min of meer vaste dag in de week een voedzame maaltijd wordt afgehaald. En dat al bijna 80 jaar. Wie is er niet groot geworden met de snackbar?”
Van Rooij hoopt volgend jaar die officiële erkenning binnen te krijgen. Maar als gezegd: niet iedereen is zo enthousiast over de vaderlandse afhaalfrituur. Sterker: het frietje zit, samen met de andere frituurspecialiteiten, in het verdomhoekje, meent Van Rooij. “In allerlei rapporten worden de snackbar en andere fastfoodwinkels als veroorzaker aangewezen voor de gezondheidsachterstand in Nederland. Maar het frietje is daar niet verantwoordelijk voor en past prima bij mensen met een gezonde leefstijl. Het frietje verdient echt gewoon beter dan dit”, aldus Van Rooij. Hij ziet de oorzaak van de gezondheidsproblemen dan ook niet in de producten zelf, maar in het gemak waarmee we tegenwoordig calorieën tot ons nemen.

Kernproduct
Welke rol speelt patat in het assortiment van de frituurspecialist? Van Rooij: “Zin in friet is dé reden om naar een cafetaria te gaan. Zonder friet heeft de cafetaria geen bestaansrecht. Het is het kernproduct van iedere frituurspecialist. Verkoop je het niet meer, dan ga je klanten verliezen.”
Dat lijken niet alleen de cafetaria’s, snackbars en fastfoodketens te beseffen; het frietje is haast overal verkrijgbaar en heeft op sommige plekken een heuse metamorfose ondergaan. Van ‘luiewijvenfriet’ – van ongeschilde aardappelen – tot zoete aardappelfriet en met allerlei toppings. De klodder fritessaus en de plas satésaus zijn in de sjiekere gelegenheden vervangen door stoofvlees en truffelmayonaise met Parmezaanse kaas.
Toch blijft het ‘gewone frietje’ van de snackbar op de hoek ongekend populair. De pretentieloze gefrituurde aardappelstaafjes kosten dan ook maar een fractie van de ‘genietfriet’, zoals Van Rooij de patat bestempelt ‘waaraan alleen wat meer beleving wordt toegevoegd’: “Het is allemaal leuk voor een keertje, maar de traditionele wekelijkse frietmaaltijd blijft bij veel mensen geliefd.”
Een andere trend: de airfryer. Die is niet meer alleen thuis te vinden; bij De Frietaire in Eindhoven wordt volledig gebruikgemaakt van airfryers in plaats van de frituur. Wat vindt Van Rooij daarvan? “Ik vind het leuk en mooi dat het in de praktijk wordt uitgezet, maar het heeft ook nadelen. Zo krijg je de lucht vaak niet goed weggezogen. Dat is niet gezond – die walm is in feite fijnstof – en ruikt niet lekker. En het duurt langer om de friet en snacks te bereiden. Maar bovenal: het eindproduct kan niet tippen aan hetzelfde product uit de frituur. Bovendien zijn de producten al voorgefrituurd, dus eventuele gezondheidswinst is minimaal.” Is het dan wel energiezuiniger? Van Rooij: “Dat denk ik niet. Maar in het licht hiervan: er is een fabrikant in Oostenrijk die bezig is met de ontwikkeling van energiezuinige frituurinstallaties waar ik veel van verwacht. Het zou een uitkomst zijn met de hoge energieprijzen van nu. Veel ondernemers hebben het zwaar – en het was al niet makkelijk tijdens de coronapandemie. Het is mooi om te zien hoe ondernemers hun zaak weer laten bloeien na die twee moeilijke jaren, maar het wordt een spannende winter.”

Statiegeld
En er zijn nog meer bedreigingen voor de frituurbranche. Zo is de prijs van frituurolie door het dak gegaan. Aan de andere kant: dat merkt ook de thuisfrituurder, die weer wat vaker naar de snackbar gaat, zo zien de ondernemers in de branche.
Binnenkort komt er weer een kwestie bij. In 2023 komen er nieuwe regels voor plastic wegwerpbekers en -voedselverpakkingen. Wat betekent dat voor het frietje, bij uitstek een on-the-goproduct? Van Rooij: “Vanaf 1 juli 2023 moeten klanten betalen voor het plastic bakje. Als ze het terugbrengen moet het ontdaan worden van voedselresten om vervolgens gerecycled te worden. Ook moeten ondernemers een alternatief aanbieden dat opnieuw gebruikt kan worden. Zo is er voorgesteld dat de klant een eigen verpakking meeneemt. Dat brengt echter hygiënische problemen met zich mee. Wat als ze gevaarlijke bacteriën meenemen? Het plan is niet goed werkbaar en daarom heeft ProFri al in een eerder stadium samen met andere organisaties input aan de overheid gegeven om onderdelen te herzien. Vanaf 1 januari 2024 mogen voor klanten die blijven eten of drinken geen plastic wegwerpbekers en -verpakkingen worden gebruikt.”

Toekomst
Ondanks zijn populariteit heeft het frietje het dus niet makkelijk. Hoe ziet Van Rooij de toekomst in? “We zullen de krachten moeten blijven bundelen, anders maakt de frituurbranche als geheel weinig kans. Samen kunnen we bereiken dat gefrituurde gerechten als onderdeel gezien gaan worden van een evenwichtig en duurzaam eetpatoon. Dit doen we door frituren te verbinden aan Vakmanschap, Veiligheid en Verantwoordelijkheid.”
Het frietje staat bepaald niet stil. Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen binnen de wereld van friet en hoe spelen producenten daarop in? Ilona KoetsenruijterStalenburg, marketing manager Northern Europe bij Farm Frites: “Er is, mede door de coronacrisis, steeds meer vraag naar friet die geschikt is voor bezorgen en afhalen. Wij spelen hierop in met onze Chef’s Specials Crispy Coated frietjes, dit is gecoate friet die extra lang warm en krokant blijft. Ook vraagt de Nederlandse frietliefhebber veel meer om een pure en authentieke smaak. Daarvoor hebben wij het Chef’s Harvest-concept in het leven gebracht. Dit is onze verse friet met een ultieme smaak, die een heel goed alternatief biedt voor de ‘zelfsnijders’ onder onze klanten. Het bespaart hen tijd en geld, en dat is zeer welkom in deze dure tijd, waarbij ook het personeel niet voor het oprapen ligt. Voor de variatie maar ook als gezondere optie hebben wij onze Sweet Potato Fries. Deze zijn heerlijk zacht van binnen en krokant van buiten, en een iets gezonder alternatief voor reguliere friet. Als laatste punt is sustainability een heel belangrijk item. In iedere stap van ons productieproces worden keuzes gemaakt voor een minimale impact op het milieu. Denk aan het gebruik van duurzame energie, slim watermanagement en recyclebare verpakkingen.”

Bron: Out.of.Home Shops

Dit artikel verscheen eerder in Out.of.Home Shops. Abonneren? Klik hier.