Winteropenstelling strandtenten bevalt eigenaren goed

‘Er zijn altijd mensen op het strand, ook bij minder mooi of kouder weer’

[SPECIAL HORECA/FESTIVALS] BERGEN AAN ZEE - Waar voorheen strandpaviljoens de winter in de opslag doorbrachten, zijn steeds meer tenten het hele jaar geopend. Wat zijn de voor- en nadelen van de langere openstelling? Kan er voldoende omzet worden gehaald in de druilerige Hollandse wintermaanden? En wat kunnen gasten verwachten na hun wandeling bij windkracht 7?

Het is gezellig druk bij Paviljoen Noord. Binnen branden een paar vuurzuilen. “Het verbaast me dat het nog zo druk is met dit slechte weer”, zegt de jongen die de koffie zet. “Aan de andere kant: wat wil je met dit uitzicht?” Het strand trekt altijd, zegt ook Fritz Walter, mede-eigenaar van strandtent BadaBing, dat aan de andere kant van de noordelijkst gelegen strandafslag van Bergen aan Zee ligt. “Ik heb het idee dat het steeds drukker wordt, met mensen die hun hond uitlaten of aan hun conditie werken. Je ziet ook vaker mensen die de hele winter door in zee zwemmen. En er komen ook ‘s winters veel Duitsers en Amsterdammers die hier een tweede huis hebben.”

Stormen
Vijf jaar geleden vroeg de gemeente Bergen aan alle strandtenthouders van Bergen aan Zee, Egmond aan Zee en Schoorl of ze jaarrond wilden openblijven. Voorwaarde was dat ze minimaal vier dagen in de week open zijn, tot uiterlijk 01.00 uur. Op één na blijven de paviljoens nu staan.
Het hele jaar open zijn heeft voor- en nadelen, legt Walter uit: “Afbreken en dan weer opbouwen is een kostbare zaak. Wanneer je openblijft ben je daarvan verlost. Daarnaast is het een voordeel dat de machines blijven draaien. Een winter in de stalling doet ze meestal geen goed. En hoewel ik mijn geld in de zomer verdien, kost het me niks extra om open te blijven. Het scheelt wel dat ik een uitgiftepunt heb dat ik makkelijk in mijn eentje kan bestieren.” Daarnaast biedt de winteropenstelling hem de mogelijkheid om onderhoud te plegen – op het strand gaat alles veel sneller stuk – en nieuwe ideeën op te doen. Nadelen zijn er ook: “Vorig jaar waren de leidingen van m’n toiletten bevroren. En de herfst- en voorjaarstormen kunnen een behoorlijke ravage aanrichten.” Om die te kunnen weerstaan moet het paviljoen behoorlijk stevig zijn. “Het moet minstens 4,5 meter boven NAP staan”, zegt Walter. “Mocht de zee tot aan je paviljoen komen, dan stroomt het water er tenminste onderdoor.” Je kunt je ertegen verzekeren, laat hij weten, maar de premies zijn torenhoog. “Niet verzekeren gaat echter ten koste van je nachtrust. Als je tent in zee verdwijnt, ben je gelijk failliet.”

Verloren strijd
Alles draait om het weer aan het strand. Het aantal strandgangers hangt ervan af, dus ook hoeveel inkopen er moeten worden gedaan, of er bedden moeten worden neergelegd en hoeveel man personeel ingehuurd. Geen sinecure, vooral in het winterseizoen. Daarom checkt Walter dagelijks alle weerapps: “Het is niet te geloven hoe vaak ze het fout hebben. Ik heb er zelfs weleens een mail over gestuurd naar Weeronline”, moppert hij. Het zand kent eveneens vele uitdagingen. Door de zuidwestenwind ontstaan grote zandbulten achter de paviljoens, die moet Walter zelf afgraven. Veel strandtenten hebben een eigen shovel, hij huurt er iemand voor in. En het zand vernietigt alles op z’n weg. Walter: “Je probeert alles zo duurzaam mogelijk te maken, maar het is een verloren strijd.”
Het hoogheemraadschap, dat verantwoordelijk is voor de duinen, bezorgt de paviljoenhouders kopzorgen. Walter: “De duinen moeten aangroeien en daarvoor moeten wij elke vijf jaar naar voren verplaatsen. Dat is een gigantische kostenpost die we zelf moeten betalen, zo is contractueel vastgelegd. Een paar jaar geleden zijn we allemaal al eens verplaatst en over een tijdje is het weer zover. De paviljoenhouders in Egmond aan Zee zijn helemaal woest: het strand is bij hen veel smaller. Als zij naar voren moeten, staan ze met hun paviljoen in de zee.” Al met al is het risicovol ondernemen aan het strand, concludeert hij.

Erwtensoep
De mensen die na het uitwaaien honger en dorst krijgen, kunnen bij Walter rekenen op winterse kost. Glühwein, warme chocolademelk met rum, een erwtensoepje of hotdog, bijvoorbeeld. Ook koffie, zijn hardloper, gaat er graag in na de strandwandeling. Walter: “Klanten zijn steeds meer met hun gezondheid bezig en dat merken wij ook aan het strand. Ze vragen bijvoorbeeld om biologische en glutenvrije producten. Ik was de eerste die koffie met havermelk verkocht op het strand. Nu heb ik ook sojamelk aan mijn assortiment toegevoegd.” Tegelijkertijd verkoopt Walter ook goede witte wijn, want daarmee kan hij zich onderscheiden van de andere uitgiftepunten op het strand, zo zegt hij. Verder houdt hij de menukaart simpel, want ook een jonge invalkracht moet een lekker broodje kunnen maken. “Echt binnen zitten kan ‘s winters niet bij BadaBing, maar een gedeeltelijke overkapping biedt bescherming tegen de regen. Maar vergis je niet: er zijn nog best veel leuke dagen in de winter. Ach, als het regent, ga ik gewoon naar huis. En als het mooi weer is, heb ik het grootste terras van Nederland.”

Ondernemen op eigen risico
Er is een reden dat strandpaviljoens op 1 oktober opdoekten, vertelt Ed Stuijt. Hij is strandbeheerder voor onder meer de stranden van Bergen aan Zee en Egmond aan Zee. “De meeste paviljoens staan los in het zand. Als die de hele winter blijven staan, kunnen we ze geheid uit de duinen of de zee vissen. De strandpaviljoens die jaarrond open zijn hebben daarom een stevige fundering; ze staan op goede palen.” De verantwoordelijkheid voor wat er op het strand gebeurt ligt bij de paviljoenhouders, in tegenstelling tot de duinen, die onder de verantwoordelijkheid van het hoogheemraadschap vallen. Stuijt: “De duinen moeten kunnen aangroeien, zodat iedereen in Nederland droge voeten houdt. Wat daarachter gebeurt, op de stranden, is aan de paviljoenhouders. Zij ondernemen op eigen risico en moeten zelf inschatten of het verstandig is hun paviljoen open te houden. Gelukkig is er al 25 jaar geen zware storm geweest.”

Hemingway’s
Medewerker Brenda Kuil: “Rond half oktober bouwen we met het voltallige personeel het hele paviljoen om tot een winters geheel. Alle accessoires hebben een winters tintje: van de rode kussens tot de geweien aan de muur en van de wollen vloerkleden tot de stoelen met schapenvachten. In het midden van de zaak brandt een knapperend haardvuur en we dragen allemaal onze wintershirts. Op het menu staan wildgerechten. We zijn er twee dagen mee bezig en het is dan echt alle hens aan dek. We nemen ook altijd de gelegenheid te baat om de boel op te knappen, want op het strand gaat alles sneller stuk. Het zand komt overal. Je wil niet weten hoe vaak ik aan het vegen ben! Onze gasten vinden die winterse sfeer heel leuk, en wij ook: het is net of je een andere werkplek hebt! We proberen dit jaar iedere dag open te gaan. Er zijn altijd mensen op het strand en die willen we een goede service geven. Of het rendabel is, ontdekken we vanzelf wel.”

De Jongens
Eigenaar Sam Botterman: “Bergen aan Zee is een beetje een verlaten dorp; mensen die hiernaartoe komen doen dat voor het strand. Strandbeleving is dus heel belangrijk voor onze gasten. In de zomer verhuren wij heel veel bedden en kunnen gasten alle dagen van de week bij ons terecht voor ontbijt, lunch en borrel – bij mooi weer rekken we de borrel gerust tot een uur of elf. We zijn geen restaurant; we hebben een zelfserviceconcept. Eind november is onze verbouwing klaar en dan zijn we helemaal winterproof. We gaan alles overkappen en er komt een openhaard. Vroeger was het lastig om de strandpaviljoens warm te stoken, maar wij gaan de vloeren en wanden isoleren. Bij een fijne strandbeleving hoort immers ook comfort. We streven naar een huiselijke sfeer, willen een loungegevoel creëren. Een beetje zoals een baristatentje in de stad. We blijven 7 dagen in de week open, maar dan van 10 tot 18 uur.”

Paviljoen Noord
Bedrijfsleider Marc Karels: “Sinds de winter van 2017/2018 zijn we jaarrond open. We hadden negen containers vol, dus je kunt wel nagaan hoe groot de klus van het afbreken en opbouwen jaarlijks was. Vanaf 1 november gaan we 7 dagen per week open. Je kunt eigenlijk niet meer echt van een winterseizoen spreken, vinden wij, dus we durven het wel aan. Van maandag tot en met donderdag zijn we alleen overdag open, de overige dagen serveren wij ook het diner. We ontdekken gaandeweg wel of het haalbaar is. Vanaf die datum passen we ook de lunchkaart aan. Omdat we minder personeel hebben in de winter, staan daar dan gerechten op die minder handelingen vereisen. Onze gerechten veranderen sowieso wekelijks, we volgen daarin altijd al het seizoen. Ook de sfeer is anders in de winter. Zodra het druilerig wordt, zet ik het vuur aan. Een goede ambiance is heel belangrijk voor onze gasten.”

Bron: Out.of.Home Shops

Dit artikel verscheen eerder in Out of Home Shops. Abonneren? Klik hier.